› A tale of two countries

“Never waste a good crisis”. Dat is kort maar krachtig het motto waarmee veel politici en opinieleiders de grootste crisis in het jonge bestaan van de euro te lijf lijken te gaan. Een politieke en fiscale unie lijkt de sluitsteen te worden van het Europese project. Eurolanden staan immers meer en meer voor elkaars staatsschulden garant. Het recent opkopen van Europese staatsobligaties door de ECB draagt hier verder aan bij. Nog meer Europese integratie is dus blijkbaar het antwoord op de huidige eurocrisis die ironisch genoeg juist is ontstaan omdat – en daar zijn de meeste economen het nu toch wel over eens – de Europese integratie te ver is doorgeschoten. Landen als Griekenland en Italië hadden immers het afgelopen decennium nooit zoveel geld kunnen lenen als ze niet met landen als Duitsland en Nederland in dezelfde monetaire unie hadden gezeten. Hoe nu verder? Het maken van nog meer regels en nog strengere afspraken met nog betere handhaving heeft ondertussen zijn geloofwaardigheid als duurzame oplossing verloren. Het recente verleden heeft al meer dan voldoende bewezen dat als het puntje bij paaltje komt landen zich hier niet veel van aantrekken of de regels met behulp van creatief boekhouden simpelweg omzeilen. Is het daarom wellicht geen goed idee de economische en monetaire unie aan te vullen met een Europese politieke en fiscale unie die verregaande bevoegdheden heeft? Een unie die ook in staat is zelf belasting te heffen en namens alle lidstaten Europees schuldpapier, euro obligaties, kan uitgeven? De Luxemburgse premier Juncker heeft vorig jaar al geopperd om zo een groot deel van de schuld van de Europese lidstaten om te zetten in een Europese schuld. De Europese Unie wordt in dat geval feitelijk een soort “Verenigde Staten van Europa”; vast niet geheel toevallig ook een langgekoesterde droom van veel Europese regeringsleiders en intellectuelen.

Maar dan is het lijkt mij toch wel erg interessant en ook verstandig eerst eens even te kijken hoe de zaken er in economisch opzicht voorstaan aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, bij die “andere Verenigde Staten”. Deze Verenigde Staten kampen met een enorme staatsschuld die ongeveer net zo groot is als het bruto binnenlands product van het land. Afgelopen vrijdag is de VS ook nog eens, voor het eerst, haar ‘AAA-rating’ kwijtgeraakt. Het simpele feit dat de VS blijkbaar alleen nog maar in staat is aan zijn verplichtingen te voldoen als anderen bereid zijn het nog meer geld te lenen is veelzeggend. Men zou kunnen beargumenteren dat een land die zich in een dergelijke niet benijdenswaardige positie bevindt – overgeleverd aan schuldeisers – feitelijk al elk moment failliet kan gaan. Het lijkt zelfs een beetje op een Ponzifraude. Want wat als kredietverstrekkers niet langer bereid zijn de schulden te verlengen? Of dit alleen nog maar tegen een veel hogere rente willen doen? Dat de rente in de (nabije) toekomst flink zal moeten gaan stijgen is, gezien de huidige bijzonder lage rente en de dreiging van inflatie – door een zeer zwakke dollar (importinflatie) en monetarisering van schulden -, bijna zo goed als zeker. Wat een stijgende rente betekent voor een land dat te kampen heeft met enorme schulden en een erg hoge werkloosheid laat zich raden. Is, dit alles in ogenschouw nemende, de Verenigde Staten, de aanstichter nota bene van de wereldwijde financiële crisis, dan uitgerekend het land dat wij in Europa als leidraad zouden moeten nemen voor het oplossen van onze eigen financiële problemen? Is er, dichter bij huis wellicht, niet een beter rolmodel voor ons te vinden?

Ja, dat is er, en wel midden in het hart van Europa en het heet Zwitserland. Zwitserland zit, zoals we weten, niet in de Europese Unie en heeft zijn eigen munt, de Zwitserse Frank. Deze munt is de laatste tijd ten opzichte van de euro sterk in waarde gestegen. Dat is erg fijn voor de Zwitsers aangezien ze nu goedkoop naar andere Europese landen op vakantie kunnen gaan en minder hoeven te betalen voor veel van de producten die ze importeren. Ongetwijfeld hadden wij Nederlanders deze zomer ook een hele goedkope Europese vakantie kunnen boeken als we de gulden nog hadden gehad. Onze producten zouden dan inderdaad ook duurder zijn geworden voor de andere Europese landen. Maar in landen met een harde munt is zoals bekend per saldo de levensstandaard hoger en dat is natuurlijk uiteindelijk waar het om gaat. Is er iemand die met droge ogen kan beweren dat Zwitserland nu beter af was geweest, met alle problemen die er zijn rondom de euro, als het ook had deelgenomen aan de euro? En als Zwitserland, een land dat net zoals Nederland erg afhankelijk is van de internationale handel, nu veel beter af is zonder de euro zou dat dan ook voor ons niet het geval geweest zijn als we de gulden nog hadden gehad? Misschien zou het zelfs nog beter zijn geweest als we, iets waar hoogleraar culturele economie Arjo Klamer voor pleit, teruggaan naar de tijd waarin verschillende steden nog hun eigen munt hadden. Meer verschillende soorten valuta’s dus in plaats van minder. Waarom zou competitie en diversiteit ineens een slechte zaak zijn als het om valuta’s gaat? En waarom zou een hoogontwikkelde stad als Singapore wel met succes haar eigen munt kunnen hebben en Amsterdam niet?

Wat kunnen we hieruit concluderen? Dat nog meer centralisatie en integratie, bijvoorbeeld in de vorm van een Europese politieke unie, worden de problemen hoogstwaarschijnlijk eerder vergroot dan verkleind, zeker op de lange termijn. Je lost problemen niet op door simpelweg de schaal waarop ze zich manifesteren te vergroten. Schulden verdwijnen niet door ze onder steeds grotere tapijten – huizenbezitter, bank, land, Europese Unie – te vegen. Een schuldencrisis los je niet op door nog meer schulden te maken maar door je verliezen, je verantwoordelijkheid, te nemen, pijn te lijden en vooral door weer te gaan sparen. Landen als de VS en Griekenland lijken op junks die drugs nodig hebben. Een nieuwe dosis drugs geeft de junk inderdaad een kortstondig goed gevoel en zorgt ervoor dat hij zich niet vervelend gaat gedragen en zijn omgeving tot overlast is maar op de lange termijn is iedereen, zowel de junk als zijn omgeving, beter af als hij wordt gedwongen af te kicken. De pijn van het afkicken is onvermijdelijk en wordt uiteindelijk alleen maar groter – voor zowel de junk zelf als zijn omgeving – als de problemen van de junk naar de toekomst worden doorgeschoven door hem geld te geven voor zijn volgende “fix”. Nog meer Europese centralisatie en schaalvergroting, bijvoorbeeld in de vorm van een Europese Unie die zelf belastingen heft en euro obligaties uitschrijft, leidt er uiteindelijk mogelijk toe dat straks de gehele Europese Unie, net zoals die “andere Verenigde Staten”, een junk status krijgt.

Pepijn van Houwelingen – studeerde Technische Bedrijfskunde (UT), Japankunde en (Wijsbegeerte van de) Economie (EUR). Hij is in 2009 aan de Hiroshima City Universiteit gepromoveerd op een proefschrift met de titel “Social capital in Japan”.

Geplaatst in Blog door Karen | Laat een reactie achter | 11-08-2011

      Geef een reactie

      Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

      *

      De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>